De bediening van de Yanmar AF-15, AF-16, AF-17 en AF-18 is grotendeels in het Japans gelabeld, en juist daarom zetten we hier alles op een rij: wat elk lampje op het dashboard betekent, hoe de complete startprocedure werkt (inclusief de voorgloeitijden), hoe je schakelt en wat de handleiding zegt over de inrijperiode.
Geschikt voor de hele serie: Yanmar Forte AF-15, AF-16, AF-17 en AF-18, inclusief alle uitvoeringen. De bediening is voor alle modellen vrijwel gelijk; OK-UFO- en EG-UFO-uitvoeringen hebben extra schakelaars voor de automatische diepte- en hellingregeling.
| Lampje / meter | Betekenis |
|---|---|
| Voorgloeilampje (thermostart) | Brandt bij contact aan; pas starten als het vanzelf gedoofd is. Bij een warme motor dooft het vrijwel direct |
| Oliedruklampje | Brandt bij contact aan, dooft na de start. Gaat het branden tijdens het draaien: motor direct stoppen — smeerprobleem |
| Laadlampje | Dooft zodra de motor draait en de dynamo laadt. Onder 1000 rpm laadt de dynamo niet; houd minimaal 1500 rpm aan |
| Watertemperatuurmeter | Wijst de meter in het rode gebied: werk onderbreken en de motor controleren |
| Toerenteller met urenteller | Schaal ×100 (0–3000 rpm) met een markering voor 540 PTO-toeren in PTO-stand 1; de urenteller telt in tienden van uren |
| Brandstofmeter | Wijzer in het gearceerde gebied: tijdig bijtanken (tank: 20 liter) |
| Liftlampje (UFO-uitvoeringen) | Brandt als het werktuig geheven is; de motor start niet veilig zolang dit brandt — eerst laten zakken |
Zo start je de motor volgens het boekje:
| Stap | Handeling |
|---|---|
| 1 | Brandstofkraan op “O” (open) |
| 2 | Hoofdschakelhendel, shuttle-hendel (F/R) en PTO-hendel in neutraal |
| 3 | Positiehendel omlaag, auto-rotaryhendel in de diepste stand; contact aan en controleren dat het liftlampje uit is |
| 4 | Gashendel in de maximale toerenstand |
| 5 | Wachten tot het voorgloeilampje dooft: boven 5 °C ongeveer 1 seconde, onder 5 °C ongeveer 3 seconden |
| 6 | Koppelingspedaal volledig intrappen (startbeveiliging!) en de sleutel naar “START”; loslaten zodra de motor aanslaat |
| 7 | Gas terug naar ca. 1500 rpm en de motor ca. 5 minuten onbelast laten warmdraaien |
Twee harde regels uit de handleiding: laat de startmotor nooit langer dan 10 seconden onafgebroken draaien (start hij niet, wacht dan minimaal 1 minuut en probeer opnieuw), en draai de sleutel nooit naar START terwijl de motor al draait. De startbeveiliging via het koppelingspedaal betekent ook: draait de startmotor helemaal niet, controleer dan eerst of je het pedaal volledig intrapt. Stoppen is eenvoudig: gashendel in de laagste stand en het contact op “OFF”.
De eerste 50 bedrijfsuren bepalen volgens de handleiding de levensduur van de machine. Vermijd abrupt wegrijden en abrupt remmen, geen onnodige topsnelheid of overbelasting, en werk pas als de motor op temperatuur is. Na die 50 uur volgt de belangrijke inrijbeurt: motorolie, transmissieolie, oliefilter en lijnfilter vervangen en alle bouten natrekken — zie het onderhoudsschema.
Het schakelwerk bestaat uit drie hendels. De hoofdschakelhendel (4 standen) mag je met ingetrapte koppeling ook tijdens het rijden schakelen. De groepenhendel (2 standen; 3 bij de kruip-uitvoering, inclusief de “C”-kruipstand) en de shuttle-hendel F/R naast het stuur schakel je uitsluitend bij stilstand, met de koppeling volledig ingetrapt. Zo kom je aan 8 versnellingen vooruit en 8 achteruit (12/12 met kruipbak). Laat je voet tijdens het rijden nooit op het koppelingspedaal rusten. De rempedalen zijn links en rechts gescheiden voor korte draaien op het land; koppel ze op de openbare weg altijd met het verbindingsstuk — eenzijdig remmen bij wegsnelheid is levensgevaarlijk. De parkeerrem zet je vast door het rempedaal vol in te trappen en de vergrendelhendel aan te trekken.
Rij met het veiligheidsframe altijd rechtop vergrendeld en de gordel om; met neergeklapt frame biedt het geen bescherming en mag de gordel juist níét om. Het difflockpedaal gebruik je alleen bij lage snelheid als een achterwiel slipt — en je ontgrendelt hem altijd vóór een bocht, anders stuurt de tractor niet. Nooit difflock op de openbare weg. Meer over het werken met werktuigen, de hef en de PTO lees je in het artikel over hydrauliek, PTO en werktuigen.