Een Mitsubishi MT161, MT181, MT201, MT221, MT241 of MTZ starten is simpel — als je de juiste volgorde kent. Toch komen veel “startproblemen” bij deze serie niet door een defect, maar door een overgeslagen stap: het koppelingspedaal niet volledig intrappen of het voorgloeien afraffelen. In deze blog de complete start- en bedieningsprocedure zoals de fabriek hem voorschrijft.
Geschikt voor de hele serie: Mitsubishi MT161, MT161S, MT181, MT201, MT221, MT241, MT241S, MTZ18, MTZ20, MTZ200, MTZ21 en MTZ23.
Zet de versnellingspook en de PTO-hendel in neutraal en trap het koppelingspedaal volledig in — er zit een veiligheidsschakelaar op het pedaal: zonder ingetrapte koppeling draait de startmotor niet. Draai de sleutel naar de stand “運転/予熱” (rijden/voorgloeien); het gloeilampje op het dashboard gaat branden. Wacht tot het gloeilampje vanzelf dooft — de gloeitijd wordt automatisch geregeld — en draai dan pas door naar de startstand. Laat de sleutel direct los zodra de motor aanslaat; hij veert vanzelf terug. Controleer of het oliedruklampje en het laadstroomlampje doven. Blijft een van beide branden: direct afzetten en de oorzaak zoeken.
De handleiding is er duidelijk over: laat de motor na het starten zo’n vijf minuten warmdraaien op ongeveer 1.500 toeren — niet alleen in de winter, maar altijd. Direct vol belasten met een koude motor verkort de levensduur aanzienlijk. Gebruik de warmdraaitijd om de hef even te laten zakken en heffen, zodat ook de hydrauliekolie op temperatuur komt.
Bij herhaald starten kort achter elkaar licht het gloeilampje niet of maar kort op — dat is een beveiligingscircuit en dus géén storing. Start de motor bij vorst slecht, controleer dan eerst de gloeibougies en het gloeicircuit (50A-zekering) voordat je naar de brandstofpomp wijst. Belangrijk: gebruik nooit startpilot/startspray bij een werkend gloeisysteem — de combinatie kan de motor beschadigen. Kies bij aanhoudende vorst ook de juiste olie- en dieselkwaliteit; zie de vloeistoffenblog.
| Lampje / meter | Betekenis |
|---|---|
| Gloeilampje | Voorgloeien actief; dooft als de motor startklaar is |
| Oliedruklampje | Moet doven na de start. Brandt het tijdens het werk: motor afzetten, oliepeil en -filter controleren |
| Laadstroomlampje | Moet doven na de start. Brandt het tijdens het werk: V-snaar of dynamo controleren |
| Toerenteller met urenteller | Werkuren bijhouden voor het onderhoudsschema |
| Diffslot-indicator | Brandt zolang het differentieelslot ingeschakeld is |
Slipt één achterwiel in zachte grond, trap dan het diffslotpedaal in: beide achterwielen draaien dan even snel. Laat het pedaal los en het slot ontgrendelt automatisch. Gebruik het diffslot nooit op de weg of in een bocht — met vergrendeld differentieel kan de tractor niet insturen. De Dia Quick Turn-functie werkt precies andersom: bij het scherp insturen op de kopakker remt hij automatisch het binnenste achterwiel af voor een extra korte draai. Handig bij het frezen, maar schakel de functie uit bij transport en op verharde ondergrond.
Zet de motor nooit op vol toerental af. Laat hem eerst een paar minuten stationair draaien (zeker na zwaar werk), zet de gashendel terug, draai de sleutel naar stop en trek de handrem aan. Laat het werktuig altijd op de grond zakken voordat je de machine verlaat.
💡 Product-tip: Start je machine moeizaam bij kou? Negen van de tien keer zijn het de gloeibougies. De gloeibougie voor de S3L/S3L2 (SKU-55808) is leverbaar uit voorraad — vervang ze bij voorkeur alle drie tegelijk.