Wil je je Kubota GB winterklaar maken? De meeste schade aan deze tractoren ontstaat niet tijdens het werk, maar tijdens de maanden dat ze stilstaan: bevroren koelsystemen, verzuurde diesel, vastgeroeste koppelingen en lege accu’s. Met het stappenplan uit de fabriekshandleiding voorkom je dat allemaal.
Geschikt voor de hele serie: Kubota GB110, GB130, GB140, GB150, GB160, GB170, GB180 en GB200.
| Stap | Actie | Waarom |
|---|---|---|
| 1 | Machine reinigen en laten drogen | Aangekoekte grond houdt vocht vast en versnelt roest |
| 2 | Brandstoftank helemaal vól tanken | Een volle tank kan niet condenseren — condenswater is dé bron van startproblemen en filtervervuiling |
| 3 | Antivriesgehalte controleren (50%-mengsel) | Een bevroren blok of radiateur is total loss; controleer ook de reservetank |
| 4 | Motorolie verversen als het interval (bijna) bereikt is | Verbrandingszuren in oude olie tasten lagers aan tijdens stilstand |
| 5 | Water aftappen uit het koppelingshuis en de koppeling niet ingetrapt laten staan | Voorkomt vastroesten van de koppelingsplaat — de klassieke voorjaarsklacht |
| 6 | Accu loskoppelen (minpool eerst) of op druppellader; bij vorst binnen bewaren | Een lege accu bevriest en is daarna definitief kapot |
| 7 | Werktuig laten zakken, alle hendels in neutraal, handrem aan | Ontlast de hydrauliek en de veren |
| 8 | Bandenspanning op peil brengen, machine eventueel opbokken | Voorkomt standplaatsvervorming van de banden |
| 9 | Blanke delen (hefstangen, cilinderstangen) invetten | Chassisvet of zuurvrije vaseline beschermt tegen roest |
| 10 | Droog en geventileerd stallen, niet onder plastic zeil op de machine | Zeil dat op het blik ligt houdt condens vast en veroorzaakt juist roest |
Gebruik je de tractor ’s winters gewoon door (sneeuwschuiven, voerwerk), pas dan drie dingen aan. Eén: motorolie 10W-30 in plaats van SAE 30 — dat schrijft de handleiding expliciet voor, omdat dikke olie bij vorst het starten zwaar maakt. Twee: houd je aan de voorgloeitijden (5 seconden bij lichte vorst, 10 seconden onder de −5 °C) en laat de motor na de start even rustig warmdraaien voordat je belast. Drie: controleer het antivriesgehalte vóór de eerste nachtvorst, niet erna. Vermijd daarnaast langdurig stationair draaien bij koud weer: dat veroorzaakt condens in de uitlaat en de blauwwitte rook die daarna maar niet wil verdwijnen.
Na maanden stilstand geldt: eerst kijken, dan starten. Controleer oliepeil en koelvloeistof, kijk door het brandstoffilterglas (water of donkere aanslag → filter vervangen en ontluchten), controleer de V-snaarspanning (7 mm doorbuiging bij 10 kgf), sluit de accu aan en gloei normaal voor. Laat de motor daarna vijf minuten rustig draaien en test pas dan de hydrauliek, remmen en koppeling. Slipt of “plakt” de koppeling na de winter, rijd dan voorzichtig een paar keer aan in een lage versnelling — vaak komt een licht aangeroeste plaat dan vanzelf los. Loopt de motor onregelmatig op de oude diesel, dan is een tank verse brandstof plus injectorreiniger de eerste stap.