Net een Yanmar RS-240, RS-270, RS-300 of RS-330 gekocht en zit alles in het Japans? Geen zorgen: de bediening van deze serie is logisch opgebouwd, en in dit artikel lopen we alles langs — het dashboard, de hendels, de startprocedure met automatisch voorgloeien, het stoppen en de betekenis van de controlelampjes.
Geschikt voor de hele serie: Yanmar Forte Rice Special RS-240, RS-270, RS-300 en RS-330 (ook bekend als RS24, RS27, RS30 en RS33), inclusief de R-, S-, J-, U-, V- en Q-uitvoeringen.
Rechts van de stoel vind je de hoofdschakelhendel (4 versnellingen) en de hendel van de hef (positiecontrole) met de draaiknop voor de werkdiepte; links zitten de groepenschakeling (3 groepen: kruip/laag/hoog) en de PTO-hendel (3 toerentallen vooruit + 1 achteruit). Links onder het stuur zit de shuttlehendel (reverser) voor vooruit/achteruit — schakelen doet je altijd met het koppelingspedaal volledig ingetrapt en de tractor stilstaand. Verder: koppelingspedaal links, twee koppelbare rempedalen rechts, difflockpedaal bij je hak, en de gashendel naast het stuur. De hef bedien je behalve met de hendel ook met de tuimelschakelaar op het spatbord: “omhoog” tilt het werktuig direct op (het lampje “werktuig geheven” gaat branden), “omlaag” laat het zakken tot de ingestelde stand.
| Lampje / meter | Betekenis |
|---|---|
| Voorgloeilampje (予熱) | Brandt na contact “aan”; dooft automatisch zodra de motor mag starten |
| Oliedruklampje | Moet na de start doven; brandt hij tijdens het werk → direct stoppen, oliepeil controleren |
| Laadstroomlampje | Brandt tijdens het werk → dynamo of V-snaar controleren |
| Lampje “werktuig geheven” | Brandt zolang de hef in de bovenste stand staat — starten kan alleen als dit lampje uit is |
| Watertemperatuurmeter | Loopt hij op → radiateurhor, koelvloeistof en V-snaar controleren |
| Urenteller + toerenteller | Basis voor je onderhoudsschema (50/100/300 uur) |
De RS-serie heeft automatische voorgloeiing — geen handmatige thermostart zoals oudere Yanmars. De gloeitijd regelt de tractor zelf op basis van de koelwatertemperatuur: boven de 5 °C ongeveer 1 seconde, daaronder zo’n 3 seconden. Bij een warme motor dooft het lampje vrijwel direct.
De startprocedure uit de handleiding: open de brandstofkraan (“O”), zet alle hendels — hoofdschakeling, shuttle en PTO — in de neutraalstand, en zet de hefhendel omlaag met de dieptedraaiknop op “diep”: staat het lampje “werktuig geheven” nog aan, zet de tuimelschakelaar dan even op “dalen” tot het dooft. Trek de gashendel iets aan, draai het contact naar “aan” en wacht tot het voorgloeilampje dooft. Trap dan het koppelingspedaal volledig in — de veiligheidsschakelaar blokkeert anders de startmotor — en draai door naar “start”. Zodra de motor loopt laat je de sleutel meteen los.
Twee gouden regels uit de handleiding: laat de startmotor nooit langer dan 10 seconden draaien (start hij niet, wacht dan minimaal 1 minuut en probeer opnieuw), en draai het contact bij draaiende motor nooit terug naar “start”. Laat de motor na het starten zo’n 5 minuten warmdraaien op circa 1500 toeren, zonder belasting — zeker bij koud weer betaalt dit zich uit in levensduur.
Gashendel naar stationair, even laten uitdraaien en het contact op “uit” — de stopmagneet (brandstofafsluiter) legt de motor stil. Zet bij het verlaten van de tractor het werktuig op de grond, trek de parkeerrem aan (pedaal intrappen en vergrendelen) en neem de sleutel mee. Loopt de motor door of slaat hij juist af zodra je het contact aanzet, dan is de stopmagneet verdacht — daarover meer in de storingenblog.
Voor normaal werk kies je de groep (kruip, laag of hoog) en schakel je binnen de groep met de hoofdschakelhendel. De shuttle maakt keren op de kopakker snel: koppeling in, hendel van F naar R, koppeling rustig op laten komen. Spint een achterwiel weg in natte grond, trap dan kort het difflockpedaal in — en laat het weer los vóór je een bocht instuurt. Vergrendel bij rijden op de weg de twee rempedalen altijd met de koppelplaat aan elkaar, anders trek je de tractor bij hard remmen scheef.
Heb je de motor gereviseerd of een nieuwe koppeling gemonteerd? Behandel de eerste 50 uur als inrijperiode: vermijd vollast en langdurig hoge toeren, wissel de belasting af, en ververs daarna de motorolie en het filter (het “eerste 50 uur”-interval uit het onderhoudsschema).