Ga naar inhoud
Terug naar blog

Mitsubishi S3L & S4L: brandstof, injectie en starten

Mitsubishi S3L & S4L: brandstof, injectie en starten

Een Mitsubishi S3L of S4L die slecht of niet start heeft bijna altijd te maken met brandstof, lucht in het systeem, het voorgloeien of de compressie. In dit artikel lopen we het complete brandstof- en startsysteem door — met de injectiegegevens, het inspuittijdstip, het testen van de verstuivers, het ontluchten, het afstellen van het stationair toerental en het meten van de compressie, allemaal met de waarden en procedures uit de werkplaatshandleiding.

Geschikt voor de hele serie: Mitsubishi S3L, S3L2, S4L en S4L2 — onder andere in Vetus, Solé, Caterpillar, Pel-Job, Weidemann, Mahindra, Solis, TYM en Farmtrac.

Hoe het brandstofsysteem van de Mitsubishi S3L & S4L werkt

De brandstof loopt van de tank via het brandstoffilter met aftapkraan naar de inspuitpomp. Op motoren met een opvoerpomp wordt de diesel actief aangezogen. De inspuitpomp drukt de brandstof onder hoge druk via de inspuitleidingen naar de verstuivers, die de diesel verneveld in de wervelkamer spuiten. Overtollige brandstof loopt via de lekoliepijp terug. Omdat het een indirecte-inspuitmotor met wervelkamer is, leunt het koud starten zwaar op goede gloeibougies.

Mitsubishi S3L & S4L injectiegegevens

Gegeven Waarde
Verbrandingssysteem Wervelkamer (indirecte inspuiting)
Inspuittijdstip 17° vóór BDP (BTDC)
Verstuiver-type Throttle nozzle (Bosch), spuithoek 15°
Verstuiver-openingsdruk 14,22–15,00 MPa (145–153 kgf/cm²)
Inspuitpomp Bosch M-type (DENSO), plunjer Ø5,5 mm, nokheffing 15 mm
Regulateur Centrifugaal vlieggewicht-type
Stationair (laag) 1000 ± 25 t/min
Hoog stationair (onbelast max.) 2700 t/min
Gloeibougie-weerstand 0,55 Ω
Ontstekingsvolgorde 3-cilinder 1-3-2 · 4-cilinder 1-3-4-2
Brandstof Diesel (JIS K2204 Special 1–3)
Brandstoffilter Papierelement-cartridge, apart type met kraan

Mitsubishi S3L & S4L verstuivers controleren en afstellen

Versleten of slecht vernevelende verstuivers geven moeilijk starten, witte rook en vermogensverlies. Je controleert ze op een verstuivertester:

  1. Monteer de verstuiver op de tester en pomp de hendel om lucht te ontluchten.
  2. Pomp daarna met ongeveer één slag per seconde en let op de naald. De naald hoort langzaam op te lopen en tijdens het inspuiten te trillen.
  3. De druk waarbij de naald begint te trillen is de openingsdruk; die hoort 14,22–15,00 MPa te zijn.
  4. Wijkt de druk af, dan stel je bij met de vulring onder de veer. Een verandering van 0,1 mm vulringdikte geeft circa 1,0 MPa drukverschil; vulringen zijn er in tien diktes van 1,25 tot 1,70 mm, in stappen van 0,05 mm.
  5. Controleer ook het spuitbeeld: een goede verstuiver vernevelt fijn en gelijkmatig. Een slechte straal of nadruppelen betekent reinigen of vervangen.

De verstuiverhouder haal je aan op 49,0–58,8 N·m, de verstuiver-borgmoer op 34,3–39,2 N·m.

Mitsubishi S3L & S4L inspuittijdstip controleren en afstellen

Het inspuittijdstip hoort op 17° vóór het bovenste dode punt te staan. Je controleert dit met de klassieke “spill timing”-methode:

  1. Sluit de brandstofkraan. Maak de nr. 1-inspuitleiding aan beide kanten los.
  2. Verwijder de drukklephouder van nr. 1, neem de drukklep en de veer eruit en draai de drukklephouder weer (leeg) terug.
  3. Sluit de nr. 1-inspuitleiding alleen aan de pompzijde aan, zodat je de brandstof eruit ziet komen. Zet de gashendel op laag toerental en open de brandstofkraan.
  4. Draai de krukas langzaam met de klok mee. Er komt brandstof uit de leiding; het inspuittijdstip is precies het moment waarop de brandstof stopt met stromen.
  5. Op dat moment hoort de IT-markering op de krukaspoelie samen te vallen met de tegenmarkering op het tandwielhuis — dat is 17° BTDC.

Afstellen doe je met vulringen (shims) onder de inspuitpomphuizing. Een dikteverandering van 0,1 mm verschuift het tijdstip met ongeveer 1°. Een dikkere vulring vertraagt het inspuittijdstip, een dunnere vervroegt het. Vulringen zijn er in 0,2 / 0,3 / 0,4 en 0,8 mm; de afwijking mag binnen ± 1,5° van de standaard blijven. Breng aan beide zijden van de vulring afdichtmiddel aan tegen olielekkage en controleer het tijdstip na het afstellen opnieuw.

Wil je de drukklep niet uitnemen (om vuil buiten te houden), dan kun je de leiding aan de verstuiverzijde losmaken en langzaam draaien tot de brandstof uit het pijpeinde opwelt; reken dan ongeveer 1° marge ten opzichte van de spec.

Mitsubishi S3L & S4L voorgloeien en koud starten

De gloeibougies worden bekrachtigd zodra je de sleutel op de gloeistand zet. Indicatieve voorgloeitijden:

Systeem Gloeibougie Voorgloeitijd
12 V 10,5 V – 9,7 A ± 30 seconden
24 V 22,5 V – 5 A ± 25 seconden

Een gezonde gloeibougie heeft een weerstand van ongeveer 0,55 Ω — meet je veel meer of oneindig, dan is hij defect. Haal de gloeibougie aan op 14,7–19,6 N·m, niet zwaarder, want het element is kwetsbaar. Stopt de motor niet als je de sleutel omdraait, of slaat hij juist niet aan, dan speelt vaak de stopsolenoïde een rol. Er bestaan ETR-uitvoeringen (bekrachtigen om te lópen) en ETS-uitvoeringen (bekrachtigen om te stóppen); de speling tussen de solenoïdeplunjer en de regelstang hoort 0,15–0,20 mm te zijn.

Mitsubishi S3L & S4L brandstofsysteem ontluchten

Na een filterwissel, een leeggereden tank of werk aan de leidingen moet je het systeem ontluchten — anders krijg je hem niet aan de praat. De methode hangt af van het filtertype.

Filter met aftapkraan (drukknop-type)

  1. Zet de kraan open en druk een aantal keren op de handpompknop; de brandstof loopt vanzelf in het filter. Heeft de motor een opvoerpomp, zet dan de sleutel op ON.
  2. Blijf pompen tot er geen luchtbellen meer met de brandstof meekomen.
  3. De lucht in de inspuitleidingen en verstuivers ontlucht vanzelf tijdens het kraanstarten.

Cartridge-filter

  1. Zet de sleutel op ON (bij motoren met opvoerpomp); de brandstof loopt in het filter.
  2. Draai eerst ontluchtingsschroef 1 los en draai hem dicht zodra er geen luchtbellen meer komen.
  3. Draai daarna ontluchtingsschroef 2 los en weer dicht zodra de brandstof luchtbelvrij is.

Mitsubishi S3L & S4L stationair toerental afstellen

Stel het toerental pas af als de motor warm is (koelvloeistof 60 °C of meer) en als de klepspeling, het inspuittijdstip en de verstuivers in orde zijn.

  • Laag stationair: draai de borgmoer van de stationairbout los en draai de bout in of uit tot 1000 ± 25 t/min; borg daarna de moer.
  • Hoog stationair: draai de borgmoer van de hoogtoerenbout los en stel in op 2700 t/min (onbelast); borg de moer.

Mitsubishi S3L & S4L compressie meten

Start de motor slecht of mist hij vermogen zonder duidelijke brandstofoorzaak, meet dan de compressie. Bij een verhouding van 22,0 : 1 is goede compressie cruciaal.

  1. Zet de gashendel op STOP en verwijder alle gloeibougies.
  2. Monteer een compressiemeter met de juiste adapter op de te meten cilinder.
  3. Kraan de motor met de startmotor en lees de waarde af zodra de naald stabiliseert. Meet álle cilinders — niet één en de rest aannemen.
Compressie (bij 290 t/min) Waarde
Standaard 2,9 MPa (30 kgf/cm², 421 psi) of hoger
Grens 2,6 MPa (27 kgf/cm², 377 psi)
Toelaatbaar verschil tussen cilinders 0,29 MPa (3,0 kgf/cm², 42 psi) of minder

Zit je op of onder de grens, of lopen de cilinders te ver uiteen, dan is revisie aan de orde.

Mitsubishi S3L & S4L brandstoffilter vervangen

Het brandstoffilter vervang je volgens de handleiding elke 500 draaiuren, en eerder zodra er water of bezinksel in zit. Bij het type met keuzekraan sluit je de kraan, draai je de ringmoer los, vervang je het element en de O-ring en open je daarna de kraan; bij het cartridge-type vervang je de complete filterunit. Ontlucht na elke wissel het systeem.

Mitsubishi S3L & S4L aanhaalmomenten brandstof- en startsysteem

Onderdeel Draad × spoed N·m kgf·m
Verstuiverhouder M20×1.5 49,0–58,8 5,0–6,0
Verstuiver-borgmoer M16×0.75 34,3–39,2 3,5–4,0
Inspuitleiding-moer M12×1.5 24,5–34,3 2,5–3,5
Lekoliepijp-moer M12×1.5 20,6–24,5 2,1–2,5
Drukklephouder 39,2–49,0 4,0–5,0
Holle bout (banjo) inspuitpomp M14×1.5 19,6–24,5 2,0–2,5
Ontluchtingsplug inspuitpomp M8×1.25 9,81–13,7 1,0–1,4
Gloeibougie M10×1.25 14,7–19,6 1,5–2,0
Stopsolenoïde-bevestigingsmoer M30×1.5 39,2–49,0 4,0–5,0
Startmotor-klem B M8×1.25 9,81–11,8 1,0–1,2

Veelgestelde vragen

Wat is het inspuittijdstip van de Mitsubishi S3L/S4L?

17° vóór het bovenste dode punt (BTDC). Je stelt het af met vulringen onder de inspuitpomp: 0,1 mm dikteverschil verschuift het tijdstip ongeveer 1°, een dikkere vulring vertraagt en een dunnere vervroegt.

Wat is de openingsdruk van de verstuivers?

14,22–15,00 MPa (145–153 kgf/cm²). Bijstellen doe je met de vulring onder de veer: 0,1 mm dikte geeft circa 1,0 MPa verschil.

Hoeveel compressie hoort een Mitsubishi S3L/S4L te hebben?

Bij 290 t/min minimaal 2,9 MPa (30 kgf/cm²); de grens ligt op 2,6 MPa (27 kgf/cm²). Het verschil tussen de cilinders mag niet meer dan 0,29 MPa zijn.

Mijn Mitsubishi start slecht koud — wat nu?

Controleer de gloeibougies (weerstand ± 0,55 Ω) en de voorgloeitijd (± 30 s bij 12 V, ± 25 s bij 24 V), kijk of er lucht in het brandstofsysteem zit en laat bij aanhoudende witte rook de verstuivers en het inspuittijdstip nakijken. Helpt dat niet, meet dan de compressie.

Hoe stel ik het stationair toerental af?

Met warme motor (60 °C of meer): laag stationair op 1000 ± 25 t/min met de stationairbout, hoog stationair op 2700 t/min met de hoogtoerenbout — telkens met de borgmoer vastzetten.

Mitsubishi S3L & S4L koeling: thermostaat en waterpomp
Vorig bericht
Mitsubishi S3L & S4L koeling: thermostaat en waterpomp
Volgend bericht
Mitsubishi S3L & S4L problemen oplossen
Mitsubishi S3L & S4L problemen oplossen
Menu
Valuta
Hulp nodig?
Neem contact op