| Subtotaal | €163,63 |
|---|---|
| Verzending naar Nederland | Gratis |
| Totaal | €163,63 |
De Iseki TM15 en TM17 starten en bedienen is niet moeilijk, maar de fabriekshandleiding bevat een paar regels die het verschil maken tussen een motor die duizenden uren meegaat en een die vroegtijdig slijt. In deze blog: de complete startprocedure, de voorgloei- en warmdraaitijden, het juiste stoppen en de startbeveiliging — allemaal rechtstreeks uit de originele handleiding.
Geschikt voor de hele serie: Iseki TM15 en TM17, alle uitvoeringen.
| Stap | Handeling |
|---|---|
| 1 | Neem plaats op de stoel en controleer of de handrem erop staat. |
| 2 | Laat het werktuig met de hefhendel op de grond zakken. |
| 3 | Trap het koppelingspedaal volledig in. Zonder ingetrapte koppeling start de motor niet — dat is de ingebouwde startbeveiliging. |
| 4 | Zet de hoofdversnellingspook in neutraal. |
| 5 | Zet de PTO-hendel in neutraal. |
| 6 | Trek de gashendel tot ongeveer halverwege aan. |
| 7 | Draai de sleutel naar de stand “rijden/voorgloeien”. Controleer dat het oliedruklampje, het laadstroomlampje en het gloeilampje branden. |
| 8 | Wacht tot het gloeilampje dooft en draai dan door naar “start”. Laat de sleutel direct los zodra de motor loopt. |
| 9 | Controleer dat het oliedruklampje en laadstroomlampje nu uit zijn. Blijft er één branden: motor direct afzetten en de oorzaak zoeken. |
Twee starterregels uit de handleiding die de startmotor en accu sparen: laat de startmotor maximaal zo’n 10 seconden draaien, en wacht bij een mislukte poging ongeveer 10 seconden voordat je opnieuw start. Draai de sleutel nooit naar “start” terwijl de motor al loopt.
Na de start laat je de motor warmdraaien op ongeveer 1500 tpm. De handleiding geeft daarvoor deze tabel:
| Buitentemperatuur | Warmdraaitijd |
|---|---|
| Boven 0 °C | 5–10 minuten |
| 0 tot −10 °C | 10–20 minuten |
| −10 tot −20 °C | 20–30 minuten |
| Onder −20 °C | Minimaal 30 minuten |
Waarom zo streng? De hydrauliek van de TM-serie draait op de transmissieolie. Bij kou is die olie dik: de hydrauliekpomp zuigt hem slecht aan, gaat “janken” en kan zelfs vastlopen. Direct wegrijden en heffen met een koude machine verkort dus niet alleen de levensduur van de motor, maar ook van de hydrauliekpomp. Zet tijdens het warmdraaien altijd de handrem erop.
Zet de motor eerst op laag toerental. Bij de standaard TM15 trek je vervolgens de aparte stopknop naar je toe; bij de TM15-U, TM15-S en alle TM17’s zet je gewoon de contactsleutel op “stop”. Twee regels uit de handleiding: stop de motor nooit vanaf hoog toerental, en laat de motor na lang of zwaar werk eerst 5–10 minuten stationair draaien voordat je hem afzet — anders koelt de warmte niet gecontroleerd weg. Haal de sleutel er altijd uit. Stopt de motor niet door een defect, dan zit er onder de zijkap een noodstop: bij de TM15 een stophendel die je naar achteren trekt, bij de andere uitvoeringen een drukpunt op de brandstofafsluiter.
Het dashboard heeft drie belangrijke controlelampjes: oliedruk, laadstroom en voorgloeien. De eerste twee horen te branden bij contact “aan” en te doven zodra de motor loopt. Gaat het oliedruklampje tijdens het werk branden: direct stoppen, oliepeil controleren. Gaat het laadstroomlampje branden: de dynamo laadt niet — vaak een kwestie van een losse of versleten V-snaar (8–10 mm doorbuiging is de norm).
Voor een nieuwe of gereviseerde motor geldt: de eerste 50 uur rustig aan — geen vollast, geen langdurig maximum toerental. Sluit deze inloopperiode af met de 50-uursbeurt: motorolie, oliefilter en transmissieolie vervangen en het zuigfilter reinigen. Zo voer je het inloopslijpsel af voordat het schade kan doen.