De hydrauliek en aftakas van de Kubota B1-14, B1-15, B1-16 en B1-17 maken deze minitractoren zo veelzijdig. Met de driepuntshef, de PTO en de meegeleverde rotor doe je het meeste tuin- en erfwerk. Hieronder lees je hoe het systeem werkt en wat je realistisch met 14 tot 17 pk kunt.
Geschikt voor de hele serie: B1-14, B1-15, B1-16 en B1-17, inclusief de Zen-noh rebadges ZB1-14 tot en met ZB1-17.
De hef wordt gevoed vanuit hetzelfde oliebad als de transmissie (12 liter). De standaarduitvoering heeft een eenvoudige hefbediening; de M- en MA-uitvoeringen hebben de Monro-Matic-regeling, waarmee je naast de hoogte ook de positie en (bij MA) de trekkracht kunt regelen. Met trekkrachtregeling houdt de tractor de freesdiepte constant als de grond zwaarder of lichter wordt — fijn op ongelijk land. Werkt je hef traag of zwak, dan ligt het bijna altijd aan te lage of vervuilde transmissie-/hydrauliekolie of een verzadigd hydrauliekfilter.
De achter-PTO is omschakelbaar en draait afhankelijk van de instelling op 540, 860 of 1000 toeren (indicatief). De 540-stand gebruik je voor de meeste standaardwerktuigen; de hogere toerentallen zijn handig voor frezen die sneller willen draaien. Schakel de PTO altijd uit voordat je een werktuig aan- of afkoppelt, en zet de hendel in neutraal bij het starten.

Eerlijk verwachtingsmanagement helpt. Met deze klasse motor heb je genoeg voor:
Onthoud wel het verschil tussen motorvermogen en PTO-vermogen: aan de aftakas blijft minder over dan de 14 tot 17 pk aan de krukas. Voor zwaar, continu freeswerk geeft de D950 in de B1-16 en B1-17 wat meer marge dan de D850 in de B1-14 en B1-15.
De freespitch — de afstand tussen twee messlagen — bepaalt hoe fijn je grond wordt. Hij hangt af van je rijsnelheid en het rotortoerental. De handleiding geeft deze waarden voor de B1-14 en B1-15 (in cm):
| Rijsnelheid | Rotor stand 1 | Rotor stand 2 | Rotor stand 3 |
|---|---|---|---|
| 1e versnelling | 9,9–10,9 | 5,8–6,2 | 3,8–4,1 |
| 2e versnelling | 16,9–19,3 | 9,9–10,9 | 6,6–7,2 |
| 3e versnelling | 25,6–29,1 | 15,0–16,5 | 10,0–11,0 |
Wil je fijne grond, rijd dan langzamer en kies een hoger rotortoerental (kleinere pitch). Voor grof losbreken doe je het omgekeerde. De waarden voor de B1-15 liggen iets hoger dan voor de B1-14, omdat de B1-15 een fractie sneller rijdt.