Geschikt voor de hele Kubota GL-serie: GL201, GL221, GL241, GL261, GL277, GL281, GL301, GL321, GL337, GL367, GL417 en GL467 (ook bekend als de Hinomoto NX-serie). De kracht van een GL-serie tractor zit niet alleen in de motor, maar in wat je eraan hangt. In deze uitgebreide gids lees je hoe de driepuntshef, de aftakas (PTO) en de hydrauliek werken, hoe je veilig een werktuig aankoppelt, en welk gereedschap past bij welk model.
De GL-serie heeft een driepuntshef van JIS categorie 1 met positiecontrole. De hydrauliek werkt onafhankelijk van de koppeling, dus je kunt heffen terwijl je rijdt of stilstaat. Met de hefhendel kies je een vaste hoogte die de hef vasthoudt – ideaal voor transport en voor werktuigen die op een constante hoogte moeten blijven.
De hef heeft een paar handige functies die je op deze tractoren vaak over het hoofd ziet:
De hydrauliek deelt het oliebad met de transmissie (Super UDT-olie). Schone hydrauliekolie en een tijdig vervangen hydrauliekfilter zijn cruciaal voor een soepele, krachtige hef. Bij de grotere modellen (vanaf de GL367) levert de pomp ruim olie – rond de 24 liter per minuut – voor zwaarder hef- en frontladerwerk.
De hele serie heeft een 540-toeren aftakas met een standaard 1⅝-inch (6-spline) as – daar passen de meeste in Europa verkrijgbare werktuigen op. De PTO drijft aangedreven werktuigen aan zoals een frees, klepelmaaier, cirkelmaaier, veegmachine of paalboor.
Ter referentie de beschikbare PTO-uitgangstoeren van de GL201 bij 2600 motor-rpm: 568 / 803 / 985 / 1304 omw/min (standen), plus een achteruit-stand. De grotere modellen hebben vergelijkbare standen met meer vermogen.
Veilig in- en uitschakelen: schakel de PTO altijd in met de tractor stil en de motor op laag toerental, en laat aangedreven werktuigen rustig op toeren komen. Controleer altijd dat de beschermkap over de aftakas en de tussenas zit voordat je begint, en schakel de PTO uit voordat je afstapt.
Het beschikbare PTO-vermogen en de hefcapaciteit lopen op met het model:
| Model | PTO-vermogen (ca.) | Hefcapaciteit (ca.) |
|---|---|---|
| GL201 | ± 18 pk | licht–middelzwaar |
| GL241 / GL277 | ± 23–26 pk | middelzwaar |
| GL301 / GL321 | ± 29 pk | ± 900 kg |
| GL367 | ± 32 pk | ± 865 kg |
| GL417 / GL467 | hoger | zwaarste in de serie |
Klein (GL201–GL281, 21–29 pk). Op hun best met lichte tot middelzware werktuigen: een grondfrees of klepelmaaier tot ongeveer de spoorbreedte, een cirkelmaaier, een kleine kipper of transportbak, een veegmachine, een sproeier en lichte grondbewerking. Voor een frees op volle breedte of zwaar graafwerk zijn de kleinste modellen aan de lichte kant.
Midden (GL301–GL337, 31–33 pk). Genoeg vermogen en hefcapaciteit (rond 900 kg) voor een bredere frees, een zwaardere klepelmaaier, een palenboor en een frontlader.
Groot (GL367–GL467, 36–46 pk). Viercilinder met ruim PTO-vermogen en hydrauliekcapaciteit voor het zwaardere werk, een volwaardige frontlader, grotere frees of maaier. Kies altijd een werktuig dat past bij het vermogen, anders verlies je tractie en belast je de aandrijflijn te zwaar.
Gebruik je een frontlader of een zware fronttoepassing, dan is ballast achterop belangrijk voor stabiliteit en grip. Kubota waarschuwt om de vooras nooit te zwaar te belasten: houd de fronttoepassing in verhouding tot het tractorgewicht en breng bij een frontlader een achtergewicht aan. Verhoog bij gebruik van een lader de bandenspanning vooraan naar 200 kPa (2,0 bar) (standaard is 160 kPa / 1,6 bar). Werk rustig en maak geen scherpe bochten met een geheven, zware last.